Vandaag wil ik de volgende 2 categorieën van grenzen
tussen “ik” en “niet ik” bespreken,
polariteit en generalisatie.

Polariteit

Bij polariteit is er enkel sprake van muren. Het is alles
of niets, het één of het ander.

Je bent rijk of je bent spiritueel, je kunt denken of
voelen, je bent knap of lelijk.

Bij polariteit is er sprake van 2 uitersten van een
spectrum waarbij er niets tussenin is. Het is zwart of wit, er zijn geen
grijstinten. Er is geen ruimte voor nuance. In NLP termen zou je kunnen spreken
van het meta-taalpatroon Universele quantoren.

Stel je een moeder voor die vindt dat ze te allen tijde alle
geduld van de wereld moet hebben met haar kinderen. Als ze een keer haar geduld
verliest en kwaad wordt op één van de kinderen heeft ze het gevoel een slechte
moeder te zijn. Er is geen verbinding tussen haar innerlijke opvatting van een
geduld en haar uiterlijke werkelijkheid, er staat een muur tussen.

Als je iemand bent voor wie kennis veiligheid of gezond
verstand betekent vindt je het misschien moeilijk om je emoties toe te laten.
Je probeert ze te negeren of kunt ze enkel toelaten wanneer je alleen bent. Je
creëert dan als het ware een muur tussen je denken en je gevoel. Op het moment
dat de muur zou instorten zou je overspoelt kunnen raken door je emoties en heb
je geen toegang meer tot je denkvermogen daarmee jezelf verstrikkend in een selffulfilling
prophecy. “Je kunt denken of je
kunt voelen”.

Met muren is er sprake van “of” terwijl bij grenzen er
sprake is van “en”.

Generalisatie

Generalisaties hebben een duidelijke functie o.a. bij het
leerproces, zolang je, je er van bewust bent dat het generalisaties zijn.
Generalisaties helpen je bij veel voorkomende ervaringen en gebeurtenissen.
Neem bijvoorbeeld het opendraaien van een waterkraan, het openen van een deur
met de deurkruk of het losdraaien van een dop op een fles; linksom is open en
rechtsom is dicht.

Je hoeft gelukkig niet elke keer opnieuw te bedenken hoe
je dat doet, het is een automatisme geworden.

Als we dan zaken tegenkomen die afwijken van deze
basisregel, van deze generalisatie, moeten we ook weer even een wat moeite doen
en weer even na gaan denken hoe het nu eigenlijk in dat ene specifieke geval
zit.

In onze keuken hebben we bijvoorbeeld een mengkraan
waarbij je de linker knop juist rechtsom moet draaien om te openen. Altijd weer
leuk met gasten 😉

Bij grenzen zul je beseffen dat een opgedane ervaring met
een bepaalde situatie niet betekent dat dit geldt voor het geheel.

Wanneer je in het buitenland op vakantie opgelicht wordt
door een taxichauffeur betekent dat niet dat alle taxichauffeurs in dat land
oplichters zijn.

Wanneer je bij generalisaties grenzen verliest, verlies
je het besef dat specifieke ervaringen gescheiden zijn van het geheel en niet
de hele ervaring vertegenwoordigen.

Stel je een puber voor, die de ochtend voor hij met
vrienden en vriendinnen weg gaat, wakker wordt met een fraaie pukkel op zijn
voorhoofd. Hij kan dan het zelfvertrouwen en zijn gevoel van eigenwaarde volledig
verliezen. Misschien zal hij zich een wandelende pukkel voelen en daarom maar
niet mee gaan . Iedereen zal het zien en zal hem lelijk vinden en niet meer met
hem willen praten. Een deel wordt ervaren als het geheel.

Een tweede voorbeeld is wanneer je te horen krijgt dat je
een bepaald deel van je werk niet goed hebt uitgevoerd. Wanneer er sprake van verlies
van grenzen is zou je dit commentaar op je totale functioneren kunnen betrekken
en ervan overtuigd raken dat je eigenlijk niets goed kan.

Bij generalisaties is er enkel sprake van grenzen of
verlies van grenzen.

Volgende keer de laatste 2 categorieën.

Bron:

Anné Linden, “Jezelf en de ander”

ISBN: 978 90 202 0177 2

Terug naar de website