Overtuigingen
bevinden zich in het model van logische niveaus boven, of onder, capaciteiten;
afhankelijk van je kijkrichting uiteraard. Je vindt hier het antwoord op de
vraag: “waarom doe ik wat ik doe”. Overtuigingen hebben grote invloed op je
capaciteiten of vermogens, op je gedrag, en daarmee op het effect dat je met
dat gedrag veroorzaakt in je omgeving.

Overtuigingen
kunnen je ondersteunen in het behalen van je doelen, maar ook behoorlijk
belemmeren en kunnen bewust of onbewust zijn.

Een mooi
voorbeeld hiervan vinden we in het jaar 1954 toen er een algemene overtuiging
bestond onder de experts dat het voor een mens fysiek onmogelijk was om de
afstand van één mijl , 1609 m, in minder
dan 4 minuten te lopen. Maar op 6 mei 1954 op de Iffley Road track in Oxford was het dan zover; Roger Bannister
liep de mijl in een tijd van 3:59,4. Voor die tijd kwamen atleten niet eens in
de buurt van de vier minuten. Toen de beperkende overtuiging dat het onmogelijk
voor een mens om onder de vier minuten te lopen ontkracht was waren er al snel
meer atleten die dit lukten. Zesenveertig dagen later, op 21 juni, werd
Bannisters record al verbeterd door John Landy uit Australië, die in Turku (Finland)
de mijl in 3.58,0 aflegde en in de daarop volgende 9 jaar waren er bijna 200
atleten in staat gebleken onder de schijnbaar onoverkomelijke barrière van 4
minuten te lopen.

Waarom is dit nu
zo belangrijk om onder de loep te nemen. Zoals gezegd hebben overtuigingen
grote invloed op het behalen van je gestelde doelen en daarmee dus op je leven.
Als je ervan overtuigd bent dat je nooit succesvol zult zijn omdat je uit een
arm gezin komt, zal je dat enorm beperken ook al heb je alle capaciteiten om succesvol
te zijn. Als je gelooft dat je het niet verdient om gelukkig te zijn omdat je
misschien ooit iets “verkeerd” gedaan hebt of als je ervan overtuigd bent dat
je het niet waard bent zal je dat belemmeren om gelukkig te zijn.

Ons denken heeft
ook nog de eigenschap om onze overtuigingen te bevestigen en daarvoor onze
beleving van een ervaring dusdanig aan te passen dat de overtuiging overeind
blijft. Wat je ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft, wordt passend gemaakt aan de
overtuiging. Dit komt omdat die overtuigingen, al dan niet strokend met de
waarheid, onze zekerheden vormen. Een mooi voorbeeld daarvan is het volgende
verhaal.

Een man met een,
laten we zeggen psychologische uitdaging wilde niet eten en niet werken. Het
enige wat hij deed is op een stoel zitten. Hij beweerde dat hij een lijk was.

De psychiater die
hem behandelde probeert hem ervan te overtuigen dat hij niet dood was, maar
levend. De man en de psychiater bleven discussiëren en de argumenten vlogen
over en weer. Maar de man hield vast aan zijn overtuigingen.

Na een tijdje
probeert de psychiater iets anders: hij vraagt aan een man: “Kunnen lijken
bloeden?” De man denkt even na over die vraag en antwoord: “Al mijn organen
werken niet meer, niets functioneert meer, dus er bloedt ook niets meer.”

De psychiater
stelde voor om een test te doen. Hij pakte een naald en zei tegen de man: “ik
prik nu in je vinger om te kijken of je bloedt.” De man is een lijk dus de
psychiater kon rustig een naald in zijn vinger prikken. Zijn vinger begint te
bloeden. De man kijkt verbaasd naar zijn bloedende vinger en roept uit: “Wat krijgen
we nou, lijken kunnen wèl bloeden!”

Hier zie je
overigens ook dat er een hiërarchie bestaat in overtuigingen, de overtuiging
dat lijken niet bloeden wordt aangepast ten faveure van de overtuiging dat hij een
lijk is. Dit is wel een extreem voorbeeld, maar toch echt gebeurd. De
overtuiging een lijk te zijn wordt toegeschreven aan het Syndroom van Cotard.

Gelukkig is er
met overtuigingen goed te werken en is het dus mogelijk belemmerende
overtuigingen te vervangen door ondersteunende. Hierbij moet je wel bedenken
dat elke overtuiging, dus ook een belemmerende oorspronkelijk nuttig is geweest
en dat er een positieve intentie aan ten grondslag ligt ook al lijkt dat in
eerste instantie niet zo voor de hand liggend. Belangrijk is dan ook dat de
positieve intentie wordt achterhaald en gerespecteerd voordat een interventie
op overtuigingen zinvol kan zijn.

Het is een lang
verhaal geworden en m.b.t. overtuigingen is nog veel meer te vertellen maar ik
wil eindigen met de volgende vraag aan jou:

Ga eens bij jezelf
waar je van overtuigd bent, over jezelf of over de wereld om je heen. Onderzoek
dan ook eens of die overtuiging je ondersteunt of belemmert.

Terug naar de website