Het is al weer even geleden dat ik iets heb
geschreven, dus het wordt weer eens tijd. Deze keer ga ik het hebben over een
heel bruikbaar model dat gebruikt kan worden om situaties en systemen te
analyseren, maar ook kan dienen om te onderzoeken waar het fout gaat.

Het model van de NeuroLogische niveaus

Volgens het model van de NeuroLogische niveaus kan
het leven van mensen in elk gegeven system – en zelfs het leven van het system
zelf- beschreven en begrepen worden op een aantal verschillende niveaus. Dit
model is door Robert Dilts ontwikkeld op basis van het werk van Gregory Bateson
‘Steps to an ecology of mind’. Dilts gaf het model vorm om verandering, leren
en communiceren inzichtelijk te maken. In het model wordt aangegeven hoe
personen en organisaties op verschillende manier functioneren en hoe dit elkaar
beïnvloedt. Het model geeft inzicht in jouw manier van denken, doen en voelen
op verschillende niveaus; omgeving, gedrag, capaciteiten,
waarden&overtuigingen, identiteit en missie.

Hierbij zijn een aantal eigenschappen te
onderscheiden waarvan ik de 3 belangrijkste hier zal noemen:

·
Een hoger gelegen orde heeft meer
invloed op een lager gelegen orde dan andersom

·
De onderste 4 orden gaan over
“hebben” terwijl de orden daarboven over “zijn” gaan. Wat
je hebt kun je kwijt raken, wat je bent niet. Al kunnen mensen wel eens het
contact met zichzelf verliezen.

·
Een systeem werkt het best wanneer alle
lagen uit het model dienend zijn aan het doel en dus in lijn zijn met elkaar.
Of ook wel; is er sprake van congruentie of niet?

Omgeving of context (waar, wanneer?)

Onze omgeving is de externe context waarbinnen ons
gedrag en interacties plaatsvinden. “Omgeving” is dus dat wat we
waarnemen als datgene buiten ons zelf. Omgeving of context is het antwoord op
de vragen:

Waar, wanneer en met wie, maar ook
omgevingsvariabelen zoals het weer. Deze omstandigheden vormen ook de
begrenzing waarbinnen we ons gedrag kunnen vertonen.

Gedrag (wat?)

Onder gedrag verstaan we alle fysieke acties en
reacties door middel waarvan we interageren met de mensen, of dieren, en de
omgeving om ons heen. Ons gedrag is vast te leggen, het kan gefilmd en
opgenomen worden, het is alles wat je extern aan iemand kunt waarnemen. De
relatie met de omgeving is dat die omgeving restricties geeft voor het gedrag
wat vertoond kan worden, terwijl een bepaalde context ook specifiek gedrag kan
uitlokken.

Vermogens en Capaciteiten (hoe?)

Op het niveau van Vermogens en Capaciteiten vinden
we het antwoord op de vraag: Hoe? Welke capaciteiten zet ik in, of moet ik
hebben, om bepaald gedrag te kunnen vertonen.

Waarden en Overtuigingen (waarom?)

Waarden vormen voor een groot deel de belangrijkste
motivators in ons leven. Samen met de overtuigingen die bij elke waarde horen
bepalen zij welke beslissingen we in ons leven nemen. Voorbeelden van ethische
waarden zijn gerechtigheid, liefde, respect, vrijheid en gelijkheid. Omdat
binnen het model van de Neurologische niveaus geldt dat een hoger gelegen orde
een grotere invloed heeft op lager gelegen orden dan andersom zal een
verandering op dit niveau zijn uitwerking vinden in capaciteiten en gedrag.

Rol (in welke hoedanigheid?)

Deze laag vind je niet in elk overzicht van de
logische niveaus, maar is volgens mij toch erg belangrijk om te onderscheiden.
Dit is de laag waar we alle rollen tegen komen. De rollen binnen een bepaalde
context, de rollen die we ooit hebben vervuld, maar ook de rollen die nog in de
toekomst liggen. Voor mij hoort dit nog steeds in het gebied van hebben, en
niet van zijn. Al je rollen kun je hebben, maar ook weer kwijtraken. Hier kan
het ook zijn dat je jezelf een verkeerde rol binnen een bepaalde context
aanmeet die niet bevorderend is voor het resultaat wat je wilt behalen. Denk bijvoorbeeld
aan de situatie waarbij iemands vader tegelijkertijd ook zijn of haar werkgever
is. Welke rol krijgt dan voorrang? Op deze laag kan ook gemakkelijk verwarring
ontstaan wanneer rol en identiteit als hetzelfde worden beschouwd. Een mooi
voorbeeld hiervan is iemand die de rol van moeder zo met zich heeft vereenzelvigd
dat er een soort van identiteitscrises ontstaat wanneer de kinderen het huis
uit zijn. Het onderscheid tussen hebben en zijn is hier erg belangrijk.

Identiteit (wie?)

Identiteit is het antwoord op de vraag wie ben ik.
Omdat identiteit ook wel transverbaal wordt genoemd, groter dan en niet te
bevatten in woorden, blijft het altijd een benadering. Zoals bij rollen al
gezegd wordt identiteit wel verward met de rol die iemand uitoefent maar ook
wel met een overtuiging of het geloof die iemand aanhangt. De identiteit is
echter groter en meer dan dit alles, het is je kern, je wezen, dat wat je
uiteindelijk bent.

Missie of spiritualiteit (waartoe?)

Bovenaan de top van de Pyramide vinden we de missie
of ook wel spiritualiteit het is het antwoord op de vraag waartoe, wat is het
hogere doel van ons handelen. Het zal duidelijk zijn dat dit geen eenvoudige
maar wel heel belangrijke vraag is om op te lossen.

Congruentie

Zoals in de inleiding al gezegd werkt een systeem
het best wanneer alle lagen op elkaar zijn afgestemd. Wanneer dat zo is is er
sprake van congruentie. De omgeving is de juiste om het gedrag in uit te
voeren, de capaciteiten zijn aanwezig om dit gedrag uit te voeren, de
overtuigingen zijn ondersteunend, wat ik doe is belangrijk voor mij en gaat
niet in tegen mijn waarden, ik werk vanuit de juiste rol, het past bij wie ik
ben en het is ondersteunend aan mijn missie. Kortom alles klopt. Een eventueel
onderzoek zal zich bij problemen dan ook richten op de vraag: wat is er op deze
laag ondersteunend dan wel belemmerend voor het behalen van mijn doelen? Een
heel handig model dus waar ik ook graag mee werk. Ik hoop dat ik het model wat
heb kunnen verduidelijken en misschien wel mensen enthousiast hebt gemaakt om
hier meer over te weten te komen.

Terug naar de website